Obex Kennisdag 2026 – Woensdag 25 maart, Doorwerth – dé dag over brandveiligheid en BHV. Meer info
Nog
000 dagen
00 uren
00 min
00 sec

Kennisdag Brandveiligheid – 6 november 2024

cursus volgen bij Obex Opleidingen

Op 6 november 2024 organiseert Obex, samen met Brafon onderdeel van BVM Groep Nederland, dé Kennisdag Brandveiligheid. Deze dag is dé gelegenheid om je kennis over de nieuwste inzichten en toepassingen op het gebied van brandveiligheid te vergroten. De dag wordt gevuld met inspirerende sessies, netwerkmogelijkheden en demonstraties van innovatieve technologieën en producten. Dit jaar hebben wij de Kennisdag vernieuwd om het nog informatiever te maken. Diverse bedrijven demonstreren innovatieve technologieën en producten, met een focus op praktische toepassingen die direct bruikbaar zijn in je dagelijkse werkzaamheden. Tijdens de dag zullen diverse experts uit de industrie hun kennis en ervaringen delen, waardoor je inzicht krijgt in de best practices en innovaties die je kunt toepassen in je eigen werk. Ook is er volop gelegenheid om vragen te stellen en in discussie te gaan met de sprekers en andere deelnemers. Het evenement vindt plaats bij Fletcher Doorwerth, een uitstekende locatie die goed bereikbaar is en beschikt over alle faciliteiten die nodig zijn om van deze dag een succes te maken. De kosten voor deelname bedragen €345,- excl. BTW, inclusief een uitgebreide lunch en diverse netwerkmomenten waarbij je in een informele setting kunt bijpraten met collega’s uit de branche. Voor meer informatie en om je in te schrijven, bezoek de volledige eventpagina. Mis deze kans niet om te leren en te netwerken met de top van de branche. Wij kijken ernaar uit om je te verwelkomen! Meer informatie over de Kennisdag

Kennispublicatie: Detectie in vluchtroutes volgens Bbl-regels

Als bij de uitgang van een verblijfsruimte alleen in één richting kan worden gevlucht dan bestaat er een verhoogd risico dat deze vluchtroute door brand en/of rook geblokkeerd raakt voordat iedereen gevlucht is. Op basis hiervan dienen enkele vluchtroutes (ook wel samenvallende vluchtroutes of doodlopend einden genoemd) in een aantal situaties vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) te worden voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking. In deze kennispublicatie geven wij inzicht in de huidige eisen omtrent het toepassen van een brandmeldinstallatie in enkele vluchtroutes Tevens wordt ingezoomd op de verschillen tussen de voorschriften vanuit het Bbl en het Bouwbesluit 2012 op dit gebied. Opgemerkt wordt dat bij de wettelijke verplichting tot aanwezigheid van een brandmeldinstallatie, tevens de verplichting geldt tot aanwezigheid van een ontruimingsalarminstallatie. Detectie in enkele vluchtroute Afhankelijk van de gebruiksfunctie dient een enkele vluchtweg vanuit het vigerende publiekrecht in een aantal specifieke situaties te worden voorzien van detectie. Conform het Bbl betreffen dit situaties waarin vanaf de uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht als: a) De loopafstand tussen de uitgang van de verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 meter is; b) De totale vloeroppervlakte van ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert en van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 m² bedraagt; of c) Het aantal op de enkele vluchtroute aangewezen verblijfsruimten meer dan 2 is Bovenstaande criteria aangaande de enkele vluchtroute gelden voor zowel nieuwbouw (artikel 4.208 lid 3) als ook voor bestaande bouw (artikel 3.115 lid 3) van het Bbl. Indien (ten minste) één van deze criteria van toepassing is, dienen de buiten de verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert; en verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico en een doorgang die aan die buiten die verblijfsruimte gelegen ruimte grenst te zijn voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking[1] (conform NEN 2535). Zoals eerder vermeld is het beoogde doel van het toepassen van ruimtebewaking om de aanwezige personen te waarschuwen voordat de enkele ontvluchtingsmogelijkheid onbruikbaar wordt door brand, waardoor het veilig vluchten wordt belemmerd. [1] Onder ruimtebewaking in relatie tot ontvluchten wordt vanuit de NEN 2535 een bewakingsomvang verstaan, waarbij alleen in een bepaalde ruimte of ruimten de noodzakelijke automatische brandmelders zijn aangebracht. Opgemerkt wordt dat bij het toepassen van ruimtebewaking in relatie tot ontvluchten het ontruimingsalarm bij een gedetecteerde brand vanuit de NEN 2535 automatisch geactiveerd moet worden. Wijziging detectie enkele vluchtroute (t.o.v. Bouwbesluit 2012) De situaties waarin er vanuit het Bbl sprake is van een enkele vluchtroute welke moet worden voorzien van ruimtebewaking zijn 1 op 1 overgenomen uit het Bouwbesluit 2012 (zie onderstaande uittreksel van artikel 6.20 lid 5). Echter is er een wijziging doorgevoerd aangaande de projectie van de brandmeldinstallatie (ruimten welke moeten worden voorzien van een automatische melder). In het Bbl (artikel 3.115 lid 3 voor bestaande bouw en artikel 4.208 lid 3 voor nieuwbouw) zijn de woorden ‘ […] en een doorgang die aan die buiten die verblijfsruimte gelegen ruimte grenst […] ’ toegevoegd (zie onderstaande arcering in het uittreksel van het 3e lid van artikel 3.115/4.208 Bbl). Op basis van bovenstaande wijziging dient een aan de enkele vluchtroute grenzende verblijfsruimte en ruimte met een verhoogd brandrisico enkel te worden voorzien van een automatische melder, indien deze ruimte beschikt over een doorgang welke grenst aan de enkele vluchtroute. Op basis hiervan is er sprake van een vermindering van de eisen. Deze interpretatie van de doorgevoerde wijziging is onlangs door Brafon voorgelegd aan en beaamd door de Helpdesk Bouwregelgeving (onderdeel van het ministerie van BZK). Aan de hand van de eerder gegeven voorbeeldplattegrond zijn in onderstaande afbeeldingen de inhoudelijke wijziging gevisualiseerd (afbeelding 9 betreft de projectie conform Bouwbesluit 2012 en afbeelding 10 de projectie conform het Bbl). Leer meer over de eisen aan een brandmeldinstallatie & brandveiligheid Om een volledig inzicht te krijgen in de geldende eisen aan een brandmeldinstallatie wordt vanuit onze zusterorganisatie Obex Opleidingen de opleiding ‘Projecteringsdeskundige Brandmeldinstallatie (BMI)’ aangeboden. Deze 10-daagse opleiding geeft een volledig en integraal beeld van de projecteringseisen aan een brandmeldinstallatie (conform de NEN 2535). Deze kennispublicatie is opgesteld door Nick Warnshuis

Wanneer is een handbrandmelder verplicht?

handbrandmelder verplicht bij een brandmeldinstallatie

Handbrandmelders zijn belangrijk voor de brandveiligheid in gebouwen. Ze zorgen ervoor dat er snel alarm kan worden geslagen bij een brand. Hier bespreken we alles wat u moet weten over de handbrandmelder in combinatie met een brandmeldinstallatie. Is een handbrandmelder voor u verplicht? Handbrandmelders zijn verplicht in gebouwen waar een brandmeldinstallatie aanwezig is. De verplichting hangt af van de grootte van het gebouw, het aantal aanwezige personen en het risiconiveau. Handbrandmelders zijn verplicht in publieke gebouwen zoals scholen, ziekenhuizen, en kantoren met een groot aantal medewerkers of bezoekers. De brandmelders moeten strategisch geplaatst worden op elke verdieping, nabij uitgangen en op plekken waar ze gemakkelijk toegankelijk zijn voor iedereen in geval van nood. Bekijk alle opleidingen Samenwerking met de brandmeldinstallatie (BMI) Een handbrandmelder werkt samen met de brandmeldinstallatie om snel alarm te slaan bij een brand. Als iemand op de melder drukt, stuurt deze een signaal naar de brandmeldinstallatie. De brandmeldinstallatie activeert dan een alarm dat iedereen in het gebouw waarschuwt om te evacueren. Afhankelijk van hoe het systeem is ingesteld, wordt ook automatisch een bericht naar de meldkamer of de brandweer gestuurd. Dit helpt om snel te reageren, wat belangrijk is om schade te beperken en slachtoffers te voorkomen. Wie mag de handbrandmelder indrukken? Opleidingen en verplichtingen Niet iedereen mag een handbrandmelder indrukken bij geval van brand of gevaar. Als iemand op de handbrandmelder drukt zonder dat er brand of gevaar is, ontstaat er een vals alarm. Dit kan leiden tot paniek, verstoring van de werkzaamheden en onnodige inzet van hulpdiensten. Het veroorzaken van een vals alarm door onterecht een handbrandmelder in te drukken kan leiden tot een boete of andere strafmaatregelen. Dit wordt gezien als misbruik van noodvoorzieningen en kan juridische gevolgen hebben. Het is belangrijk dat de personen die verantwoordelijk zijn in een gebouw weten waar de handbrandmelders zijn en hoe ze werken. Dit kan levens redden door snel een evacuatie te starten. Hoewel er geen specifieke verplichte opleiding is voor het gebruik van handbrandmelders, wordt het sterk aangeraden dat bedrijven hun personeel trainen in brandveiligheid. Tijdens deze trainingen leren medewerkers hoe ze handbrandmelders correct gebruiken en wat te doen na het indrukken van de melder. Bekijk alle opleidingen Hoe werkt een handbrandmelder? Een handbrandmelder is makkelijk te gebruiken. Bij brand of rook druk je het glas van de melder in. Hierdoor gaat er een signaal naar de centrale brandmeldinstallatie. Veel moderne handbrandmelders hebben een plastic plaatje dat je eenvoudig kunt indrukken, zonder veel kracht. Dit maakt ze toegankelijk voor iedereen. Na het indrukken van de melder gaat er een luid alarm af om iedereen te waarschuwen, en wordt er automatisch een bericht naar de hulpdiensten gestuurd Benieuwd naar wat verdere fouten kunnen zijn in uw bedrijf? Bekijk andere adviezen en implementaties die ingevoerd kunnen worden.

Wanneer is een brandmeldinstallatie verplicht?

brand met verplichte brandmeldinstallatie

Brandveiligheid is belangrijk voor elk bedrijf. Een brandmeldinstallatie is een essentieel onderdeel van brandpreventie, maar wanneer moet je er een hebben? In deze blog leggen we uit in welke situaties een brandmeldinstallatie verplicht is volgens de wet. Wettelijke vereisten voor brandmeldinstallaties Volgens de Nederlandse wetgeving zijn er specifieke situaties waarin een brandmeldinstallatie verplicht is. Of het voor u verplicht is om een handbrandmelder en installatie te hebben hangt af van: De aard van het gebouw, de gebruiksfunctie, de hoogte van het gebouw, en het aantal personen dat zich in het gebouw bevindt. Gebouwen waar veel mensen bij elkaar komen, zoals ziekenhuizen, hotels, scholen, en zorginstellingen, moeten altijd voorzien zijn van een brandmeldinstallatie. Dit komt doordat de risico’s op brand en het aantal slachtoffers bij een brand in deze gebouwen hoog zijn. Daarnaast is een brandmeldinstallatie verplicht in gebouwen waar mensen verblijven die niet zelfstandig kunnen vluchten, zoals ouderen of zieken. Ook gebouwen waar mensen slapen, zoals hotels en pensions, moeten een brandmeldinstallatie hebben om de veiligheid van gasten te waarborgen. Let op: de wet is niet altijd zwart/wit, soms gelden andere regels wanneer een brandmeldinstallatie wordt geplaatst in een andere situatie. Vraag naar uw persoonlijke situatie. Brandmeldinstallaties in kantoren Voor kantoren gelden specifieke regels. Een brandmeldinstallatie is verplicht in kantoorgebouwen met een vloeroppervlak van meer dan 500 vierkante meter per bouwlaag, of als het totale vloeroppervlak meer dan 1000 vierkante meter bedraagt. Ook als er meer dan 50 personen in het kantoor werken, moet er een brandmeldinstallatie en handbrandmelder aanwezig zijn. Dit geldt ook voor gebouwen met een verhoogd brandrisico, zoals gebouwen met een grote hoeveelheid brandbare materialen. Kleinere kantoren hoeven vaak geen brandmeldinstallatie te hebben, tenzij er sprake is van specifieke risicofactoren. In alle gevallen is het belangrijk om de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) goed uit te voeren om te bepalen of een brandmeldinstallatie nodig is. Verplichte opleiding brandmeldinstallatie beheer Naast de verplichte installatie van een brandmeldinstallatie, zijn er ook verplichte opleidingen voor medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud ervan. Volgens de wet moet elk gebouw met een brandmeldinstallatie een opgeleide Beheerder Brandmeldinstallatie hebben.  Deze beheerder moet een opleiding volgen om de installatie te kunnen bedienen, storingen te herkennen en basisonderhoud uit te voeren. De opleiding is essentieel om ervoor te zorgen dat de brandmeldinstallatie altijd goed functioneert en voldoet aan de veiligheidsnormen. Daarnaast zijn er ook cursussen voor installatiedeskundige en onderhoudsdeskundige die specifiek gericht zijn op het correct aanleggen en onderhouden van brandmeldinstallaties. Het volgen van deze opleidingen is verplicht om de veiligheid van het gebouw en zijn gebruikers te waarborgen. Benieuwd naar wat verdere fouten kunnen zijn in uw bedrijf? Bekijk andere adviezen en implementaties die ingevoerd kunnen worden. Bekijk alle opleidingen

5 veelvoorkomende fouten bij brandveiligheid en hoe te voorkomen

veelvoorkomende fouten bij brandveiligheid

Brandveiligheid is een cruciaal onderdeel van elk bedrijfsveiligheidsplan. Helaas worden er nog te vaak fouten gemaakt die de veiligheid van werknemers en eigendommen in gevaar kunnen brengen. In deze blog bespreken we vijf veelvoorkomende fouten bij brandveiligheid en geven we praktische tips om deze te voorkomen. Fout 1: Gebrekkig onderhoud Fout: Veiligheidsmiddelen zoals brandblussers, noodverlichting en rookmelders worden vaak niet regelmatig gecontroleerd en onderhouden. Hierdoor kunnen ze niet goed werken tijdens een noodsituatie. Oplossing: Controleer en onderhoud alle veiligheidsmiddelen regelmatig. Maak een schema om bij te houden wanneer elk apparaat voor het laatst is gecontroleerd. Repareer of vervang kapotte apparatuur meteen. Door dit te doen, zorg je ervoor dat alle veiligheidsmiddelen goed werken wanneer je ze nodig hebt, en blijft iedereen veilig. Fout 2: Geen/weinig brandveiligheidstraining Fout: Werknemers hebben vaak onvoldoende kennis en ervaring met brandveiligheid en weten niet hoe ze moeten handelen in geval van een brand. Oplossing: Organiseer regelmatig brandveiligheidstrainingen voor alle medewerkers. Zorg ervoor dat iedereen weet hoe brandblussers werken, waar de nooduitgangen zijn en wat de evacuatieprocedures zijn. Geef duidelijke uitleg en oefen deze procedures regelmatig. Geef ook gespecialiseerde trainingen aan de juiste werknemers om specifieke risico’s binnen uw bedrijf te minderen. Laat een werknemer de brandpreventiedeskundige 1 of Aankomend Brandpreventiedeskundige cursus volgen. En zorg er ook voor dat er altijd BHV’ers aanwezig zijn op de werkvloer. Hierdoor weten werknemers precies wat ze moeten doen in verschillende noodsituaties, wat de algehele veiligheid binnen het bedrijf vergroot. Bekijk alle opleidingen Fout 3: Gebrek aan regelmatige risico-Inventarisatie Fout: Veel bedrijven voeren niet regelmatig een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) uit, waardoor nieuwe risico’s niet worden geïdentificeerd en aangepakt. Oplossing: Voer regelmatig een uitgebreide RI&E uit om mogelijke brandgevaarlijke situaties te identificeren. Werk het brandveiligheidsplan bij op basis van deze bevindingen en zorg ervoor dat alle medewerkers op de hoogte zijn van de nieuwe procedures en risico’s. Informeer het personeel regelmatig over de bevindingen en wijzigingen, zodat iedereen weet welke risico’s er zijn en hoe ze hiermee om moeten gaan. Hierdoor kunnen nieuwe gevaren snel worden aangepakt en blijft het bedrijf veilig. Fout 4: Niet naleven van voorschriften Fout: Veiligheidsvoorschriften, zoals nooduitgangen, brandblussers en vluchtwegen, worden vaak niet goed nageleefd of geblokkeerd, waardoor het moeilijk is om het gebouw snel en veilig te verlaten. Oplossing: Zorg ervoor dat alle veiligheidsvoorschriften duidelijk zijn en altijd nageleefd worden. Dit omvat het vrij houden van nooduitgangen, brandblussers en vluchtwegen. Plaats duidelijke borden en bewegwijzering die de weg naar nooduitgangen en brandblussers aangeven. Voer regelmatig controles uit om te verzekeren dat deze routes en apparaten altijd toegankelijk en goed zichtbaar zijn. Organiseer ook vaak evacuatieoefeningen zodat iedereen weet hoe ze het gebouw snel en veilig kunnen verlaten in geval van nood. Dit helpt om te zorgen dat alle veiligheidsmaatregelen effectief zijn en dat iedereen veilig kan evacueren. Fout 5: Verkeerde plaatsing van brandblusmiddelen Fout: Brandblussers en andere veiligheidsapparaten worden vaak op moeilijk bereikbare plaatsen geïnstalleerd of geblokkeerd door meubels en andere obstakels. Oplossing: Plaats brandblussers op plekken waar iedereen ze kan zien en makkelijk bij kan komen. Ze moeten altijd vrij staan, zonder dat er meubels of andere dingen voor staan. Het is ook belangrijk dat iedereen in het gebouw weet waar de brandblussers zijn. Dit kan je doen door het regelmatig uit te leggen aan medewerkers. Voer daarnaast regelmatig controles uit om er zeker van te zijn dat de brandblussers op de juiste plek blijven staan en niet worden geblokkeerd. Benieuwd naar wat verdere fouten kunnen zijn in uw bedrijf? Bekijk andere adviezen en implementaties die ingevoerd kunnen worden.

Is BHV verplicht voor mij?

bhv cursus ademhaling bij obex

Bedrijfshulpverlening (BHV) kan een complex onderwerp lijken. Je vraagt je misschien af of BHV verplicht is voor jouw situatie. In deze blog leggen we duidelijk uit voor wie BHV verplicht is en voor wie niet. Zo weet je precies waar je aan toe bent. Wat is BHV in het kort BHV staat voor Bedrijfshulpverlening. Dit betekent dat er mensen in een bedrijf zijn die speciaal zijn getraind om te helpen bij noodsituaties, zoals brand, ongevallen of evacuaties. Deze BHV’ers zorgen ervoor dat iedereen veilig is door snel te handelen als er iets misgaat. Ze weten hoe ze eerste hulp moeten geven, branden moeten blussen en mensen moeten evacueren. Voor wie is BHV verplicht? Volgens de Arbowet (Arbeidsomstandighedenwet) is elke werkgever verplicht om maatregelen te nemen voor de veiligheid en gezondheid van werknemers en andere personen in het bedrijf. Dit betekent dat vrijwel elk bedrijf BHV’ers moet hebben. De wet schrijft niet precies voor hoeveel BHV’ers een bedrijf moet hebben, maar dit hangt af van de grootte van het bedrijf en de risico’s die aanwezig zijn. Voor kleine bedrijven, zoals eenmanszaken of bedrijven zonder personeel, geldt de verplichting om BHV te regelen meestal niet. Echter, als je als kleine ondernemer klanten over de vloer hebt of werkt in een risicovolle omgeving, is het verstandig om toch BHV-regelingen te treffen. BHV opleiding Wat zijn de risico’s zonder BHV? Zonder BHV loop je als bedrijf een groter risico op ernstige gevolgen bij een incident. Het ontbreken van BHV kan leiden tot een trager en minder effectief respons bij noodsituaties, wat levens in gevaar kan brengen en de schade kan vergroten. Daarnaast kan het ontbreken van BHV negatieve juridische en financiële gevolgen hebben. Denk aan boetes van de Inspectie SZW of claims bij ongevallen. BHV op maat per bedrijf Obex biedt diverse BHV-opleidingen die aansluiten bij de specifieke behoeften van jouw bedrijf. Wij begrijpen dat elk bedrijf uniek is en daarom passen wij onze trainingen aan op de risico’s en situatie binnen jouw organisatie. Of je nu een klein kantoor runt of een groot productiebedrijf hebt, wij zorgen ervoor dat jouw medewerkers goed voorbereid zijn op noodsituaties. Wil je een opleiding op locatie? Geen probleem! Wij komen graag bij je langs om de BHV-opleiding op maat te verzorgen. Zo weet je zeker dat de training aansluit bij de werkplek en de mogelijke risico’s. Conclusie BHV is voor de meeste bedrijven verplicht volgens de Arbowet. Het is cruciaal voor de veiligheid van werknemers en bezoekers om goed opgeleide BHV’ers te hebben. Door de juiste BHV-maatregelen te treffen, verklein je de risico’s en zorg je voor een veilige werkomgeving. Wil je meer weten over onze BHV-opleidingen of wil je je direct inschrijven? Neem simpel contact met ons op met een berichtje, of vul hieronder direct het formulier in voor een BHV cursus incompany. Wij helpen graag bij het creëren van een veilige werkplek. Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.Kies de opleidingBHV BasisBHV Herhaling 1 dagBHV Herhaling halve dag met E-learningEHBO BasisEHBO HerhalingReanimatie & AEDPloegleider BHV BasisPloegleider BHV HerhalingKinder EHBOOntruiming theorie voor ontruimersDatum/periode *Aantal personen *Plaats *Eventuele opmerkingen Bedrijfsgegevens Bedrijfsnaam *Postbus of adres *Postcode *Telefoonnummer *Contactpersoon Geslacht * M V Functie * Directie P&O Projectleider Monteur Overig E-mailadres *Mogelijk inkoopordernummer Verzenden

Wijzigingsvoorstel voor Artikel 2.21a Bbl – Onze Visie

Recent hebben wij, BVM Groep Nederland, gereageerd op het voorgestelde wijzigingsvoorstel betreffende artikel 2.21a van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), wat gaat over de ingebruikname van bouwwerken. In de huidige regelgeving moet de kwaliteitsborger (bij nieuwbouw van een bouwwerk, behorende tot gevolgklasse 1) voorafgaand aan ingebruikname van een bouwwerk een verklaring afgeven dat het bouwwerk voldoet aan de vereisten (er moet een gerechtvaardigd vertrouwen zijn). Het benoemde artikel geeft een bevoegd gezag de mogelijkheid om bij kleine, onherstelbare afwijkingen toch toestemming voor ingebruikname te geven, zonder deze verklaring. Hoewel dit benodigd is in bepaalde situaties, benadrukken we dat met het voorstel risico’s gepaard gaan. We hebben bedenkingen bij de ruime beoordelingsvrijheid die aan een bevoegd gezag wordt verleend, aangezien dit kan leiden tot inconsistente besluitvorming tussen verschillende gemeenten. We pleiten voor een uniform landelijk beleid die de rechtszekerheid voor alle partijen zo optimaal mogelijk waarborgt. Lees hier onze volledige reactie met details over onze zienswijze.

Wet Kwaliteitsborging (Wkb) en brandveiligheid

Gebouwen moeten voldoen aan wet- en regelgeving. Daarom worden bouwplannen, voorafgaand aan de bouw, getoetst aan de regelgeving en wordt tijdens de bouw gecontroleerd of de eisen ook worden nageleefd. Sinds 1 januari 2024 is een deel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Om de minimaal vereiste kwaliteit van bouwwerken te waarborgen zijn er kwaliteitseisen waaraan een bouwwerk moet voldoen. De eisen stonden grotendeels in het Bouwbesluit 2012, maar zijn sinds 1 januari opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor de invoering van de Wkb was het bevoegd gezag, vaak de gemeente, verantwoordelijk voor de toetsing en controle. Met de Wkb is een deel van de vergunningverlenende- en toezichthoudende taak van het bevoegd gezag verschoven naar het stelsel van private kwaliteitsborging. De overheid wil middels de Wkb hier graag meer toezicht en controle op, opdat de bouwer zich aan de geldende kwaliteitseisen houdt en het bouwwerk na oplevering daadwerkelijk voldoet aan de geldende voorschriften. Deze wet vervangt hiermee vrijwillige regelingen zoals de BRL 5019, TIS en Woningborg.  Wet in ontwikkeling De Wkb is nog niet af. De wet treedt in verschillende fasen in werking. De bouwwerken zijn in de Wkb verdeeld in drie categorieën, de zogenaamde gevolgklassen (1, 2 en 3). En er wordt een onderscheid gemaakt in nieuwbouw en verbouw. De Wkb is momenteel alleen ingevoerd voor nieuwbouwactiviteiten in gevolgklasse 1. Dit zijn de eenvoudigere bouwwerken, zoals vrijstaande eengezinswoningen en rijtjeshuizen, of bedrijfshallen van maximaal twee verdiepingen. Na evaluatie van de Wkb, die plaatsvindt na 3 jaar na invoering (Stb. 2022, 145), wordt besloten om wellicht gevolgklasse 2 en 3 ook onder private kwaliteitsborging te laten vallen. Brandpreventiedeskundige Integrale brandveiligheid speelt een cruciale rol in complexe bouw- en leefomgevingen. De Brandveiligheidsdeskundige, ondersteund door de Vereniging KwaliteitsBorging Nederland (VKBN), waarborgt veiligheid door risico-inschatting en advies over zelfredzaamheid en hulpdienstinzet. De VKBN-branchestandaard garandeert de deskundigheid van deze professionals via erkende opleidingen en het Erkenning van Verworven Competenties (EVC) traject. Voor verdere details, bezoek onze pagina. Wil je meer weten? Ben jij benieuwd wat de wet kwaliteitsborging voor het bouwen inhoudt? Of welke opleiding hier nu bij hoort? Dan verwijzen wij je graag door naar de volgende pagina. Houd deze pagina in de gaten voor alle ontwikkelingen omtrent Wkb. 

Kennispublicatie: Inspectiecertificering en schijnveiligheid

Let op! Het op papier voldoen aan de regelgeving, betekent nog niet dat een gebouw ook daadwerkelijk veilig is. Brafon Brandveiligheidsmanagement licht graag samen met zusterorganisatie Obex een en ander toe in onderstaande kennispublicatie, om u te waarschuwen voor onveilige situaties. Vanuit het huidige publiekrecht is het in bepaalde situaties vereist om een inspectiecertificaat te laten afgeven op de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. Het Bouwbesluit 2012 schrijft voor wanneer aan deze eis voldaan moet worden. Het doel van een inspectiecertificaat (op basis van het CCV-inspectieschema) is dat door middel van één verklaring wordt aangegeven dat de kwaliteit van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie voldoet en dat de samenhang tussen de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische (BIO) maatregelen in een gebouw geborgd is. Dit klinkt mooi op papier, maar kan in de praktijk averechts werken en daarmee leiden tot ‘schijnveiligheid’. Een goed voorbeeld is omschreven op basis van een nieuw te bouwen gebouw. De bouw dient te worden afgestemd op het beoogde gebruik. Vanuit de van toepassing zijnde gebruiksfunctie wordt het gebouw ingericht, op zo’n manier dat bouwkundig en installatietechnisch wordt voldaan aan de voorschriften. Bij een groepszorgwoning, bestemd voor verlening van 24-uurs zorg, geldt de benoemde inspectiecertificeringsplicht. Een daartoe geaccrediteerde instelling zal de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie inspecteren, waarbij er in feite aan de hand van een checklist wordt bepaald of de installatie voldoet aan alle hierop van toepassing zijnde eisen. Deze inspectie vindt vaak net voor opening van het gebouw plaats. Een onderdeel van deze inspectie is een controle van het ontruimingsplan. En juist aan de hand van dit ontruimingsplan kan goed worden aangegeven waar de schoen wringt. Een integrale aanpak Een ontruimingsplan moet aangeven op welke wijze de organisatie de ontruiming (bij brand en andere calamiteiten) heeft ingericht. Vanuit de artikelsgewijze toelichting op het Bouwbesluit is te herleiden wat in dit ontruimingsplan moet staan. Hierin wordt als advies verwezen naar de NTA-8112 voor het opstellen van een ontruimingsplan (deze NTA-8112 reeks is reeds vervangen door de NEN 8112). De eerste stap die in deze norm staat beschreven, is het opstellen van een risicoanalyse. De risicoanalyse (is een onderdeel van de RI&E) zal in eerste instantie in kaart brengen welke risico’s er aanwezig zijn in het gebouw. Op basis van de bevindingen uit deze analyse kan het (maatwerk) ontruimingsplan (en hiermee de ontruimingsorganisatie) worden opgesteld. Om de BIO-maatregelen integraal en gelijkwaardig op elkaar af te stemmen ligt het voor de hand om deze risicoanalyse multidisciplinair op te laten stellen. Zodoende kan er een samenhangend pakket aan maatregelen tot stand komen. In de praktijk echter zal de eigenaar van het gebouw (wanneer dit niet de gebruiker betreft) in de beginfase van de bouw enkel bezig zijn met de bouwkundige en installatietechnische maatregelen en minder of niet met organisatorische maatregelen. De bouwkundige en installatietechnische voorzieningen worden niet of niet volledig afgestemd op het toekomstige gebruik, terwijl de gebruiker ten tijde van gebruik moet zorgen voor een veilige situatie. Zo ook bij brand. De gebruiker kan pas een goed beeld vormen van de risico’s wanneer bekend is op welke wijze het gebouw wordt opgebouwd en ingericht. Komen tot een maatwerk ontruimingsplan Nu komen de problemen in de praktijk naar boven. Om tot een maatwerk ontruimingsplan te komen dienen de volgende stappen genomen te worden: Opstellen risicoanalyse Bepalen van de beheersmaatregelen Inrichten van de Bedrijfs Nood Organisatie (BNO) Implementatie van de BNO Borging en evaluatie In de situatie dat de gebruiker van het gebouw niet in een vroegtijdig stadium bij de plannen betrokken is, kunnen deze stappen in deze fase, net voor oplevering, niet genomen worden. Daardoor is het in een groot aantal gevallen niet mogelijk om een maatwerk ontruimingsplan op te stellen. Doordat er geen ontruimingsplan voor het gebouw aanwezig is, kan de inspectie instelling de organisatorische maatregelen niet beoordelen en kan er geen inspectiecertificaat worden afgegeven. Dit kan dit de ingebruikname van het gebouw door de gebruiker in de weg staan. Om toch tot certificering over te kunnen gaan wordt er vaak een ontruimingsplan opgesteld zonder voorgaande stappen te nemen, waardoor de samenhang met de bouwkundige en installatietechnische maatregelen betwist kan worden. Op basis van dit plan kan echter wel een inspectiecertificaat afgegeven worden en dat kan leiden, zoals reeds benoemd, tot schijnveiligheid. Daarbij moet worden benoemd dat de inspecteur het ontruimingsplan op hoofdlijnen beoordeeld, niet tot in detail. Risicodenken in plaats van regelgericht denken Aangezien de eindverantwoordelijkheid voor brandveiligheid van het gebouw bij de eigenaar (en gebruiker) ligt, en dus niet bij de inspectie instelling, is een beter alternatief denkbaar. Optimaal is het dat allereerst beleid wordt geformuleerd over hoe de organisatie om wil gaan met brandveiligheid binnen haar totale vastgoedportefeuille. Geadviseerd wordt om dit beleid te baseren op het risicodenken en af te stemmen op het eigen ambitieniveau. Op basis van dit beleid zal, eventueel samen met de eigenaar, in een vroegtijdig stadium een integraal plan voor het betreffende gebouw opgesteld moeten worden waarin de samenhang van de BIO-maatregelen wordt vastgelegd. De gebruiker kan daarna een ontruimingsplan op (laten) stellen dat is afgestemd op het gebouw, in relatie tot de doelgroep en aanwezige risico’s. De hiervoor benodigde expertise kan eventueel extern worden betrokken, maar het uiteindelijke plan zelf is altijd een product van de gebruiker. Op deze wijze zal meer risicogericht dan regelgericht naar de brandveiligheidsmaatregelen van het gehele vastgoedbestand gekeken worden en niet enkel naar de inspectiecertificaat-plichtige gebouwen. Zodoende wordt de ‘echte’ veiligheid verhoogt en mogelijk aanwezige schijnveiligheid weggenomen. Brafon en Obex kunnen u helpen bij een maatwerk aanpak Brafon kan u helpen met het op een juiste manier opstellen van uw (brand)veiligheidsbeleid? Brafon is voor elke gebouweigenaar en gebruiker het brandveiligheidsadviesbureau. Dankzij een breed portfolio op het gebied van brandveiligheid kan Brafon u adviseren en ontzorgen voor uw complete vastgoedbestand. Samen met Obex kan er een unieke integrale aanpak gerealiseerd worden, waarbij de volledige BIO-maatregelen op een veilige manier op elkaar kunnen worden afgestemd.